Smoking Aces

Kiss kiss, bang bang

Sinds Guy Ritchie het druk heeft met Madonna en Quentin Tarantino een ‘serieus’ filmmaker probeert te zijn, heeft de gangsterfilm te maken met een stevig gebrek aan inspiratie…

Joe Carnahan probeert met Smoking Aces het genre uit dit diepe dal te trekken. In tegenstelling tot zijn sobere debuut Narc is deze film helaas een wirwar van personages en verhaallijnen geworden.
Het draait in eerste instantie om één man: goochelaar Buddy ‘Aces’ Israel (Jeremy Piven). De vijfvoudig winnaar van de felbegeerde “Populairste Showmantrofee” heeft het nogal hoog in zijn bol zitten. De beste man denkt zich namelijk ongestraft met de locale maffia te kunnen inlaten.

Net als Frank Sinatra wordt onze entertainer het lievelingentje van het locale misdaadcircuit. Nadat de FBI zijn illegale praktijken op het spoor is gekomen, besluiten ze om ‘Aces’ een voorstel te doen. Als hij hun de namen kan noemen van de echte hoogvliegers binnen de maffia, zullen ze zijn straf verzachten.

Van verzachtende omstandigheden hebben ze binnen de maffia nog nooit gehoord. Zodra ze er achter komen dat hij hen gaat verraden, zetten de locale tough guys één miljoen dollar op zijn hoofd. Het zal u nog verbazen hoeveel schuine lieden daar op af komen.

Het is zaak voor detectives Donald Carruthers (Ray Liotta) en Richard Messner (Ryan Reynolds) om in het zwaarbewaakte goochelaarsfort te komen. In ieder geval voordat Buddy zijn hersenpan volledig heeft weg gesnoven.

Being famous and having one million dollar on your head, het is allemaal niet gemakkelijk tenslotte.
Als er al ergens een plank in zijn script heeft gezeten, heeft onze regisseur hem tijdens het filmen niet één keer goed kunnen raken. Nadat alle moordenaars (en dat zijn er nogal wat) worden voorgesteld, is het verhaal al niet meer te volgen.

Dat wordt hoe langer de film duurt, alleen nog maar ingewikkelder. Met zo een overkill aan figuren heeft de kijker op den duur geen enkele houvast meer en kan er nooit echte sympathie voor een personage worden opgewekt. Dit hoogstwaarschijnlijk omdat Carnahan het belangrijk vond om in zijn eerste bigbudget film zoveel mogelijk bekende acteurs te stoppen.

Belangrijker dan een uitgewerkt en overzichtelijk plot, nochtans één van de sterkste punten van Narc.

Zoals altijd bij dit soort overdreven B-films, zijn er uiteindelijk wel een paar acteurs en scènes die de kijker bijblijven. Het zou ook gek zijn als dat niet het geval was, aangezien er per minuut minstens vijf personages en vijftig verschillende shots de revue passeren.

Ray Liotta en Andy Garcia stellen in kleine bijrollen niet teleur en Alicia Keys blijkt behalve oogverblindend mooi ook nog eens een aardige actrice te zijn. Natuurlijk blijft ook dat kleine ADHD-karategeval ons bij. Wat heet, Steve Seagal kan er nog een puntje aan zuigen.

Maar als Jeremy Piven, de man die het allemaal moet dragen, zo aan het overacteren is dat een aflevering van Samson en Gert bijna aan Shindler’s List doet denken, blijven er voor de kritische kijker weinig verzachtende omstandigheden meer over.

Smoking Aces gaat in stinkende rook op  4.5